Minister Kris Peeters (CD&V) wil een nieuwe, nu meer gerichte taxshift. Hiermee wil hij de loonlasten in onder meer de e-commerce fors verlagen. Hij zal zijn voorstel in juni op een bijzondere ministerraad op tafel leggen. Maar zal dat volstaan om meer logistiek voor de webhandel terug naar België te halen? Waarschijnlijk niet. De wortels van de malaise liggen elders en dieper. Een analyse.

Volgens de minister van Economie en Werk kunnen Belgische onlinebedrijven moeilijk strijden met buitenlandse concurrenten omdat de personeelskosten lager zijn. Het verschil met Nederland is 17%, zegt hij. Daarom wil hij een nieuwe taxshift voor de e-commerce.

Comeos, de Belgische federatie voor handel en diensten, die ook webshops vertegenwoordigt, juicht de plannen van Peeters toe. Zij is al langer vragende partij voor die maatregel. “De afgelopen jaren zijn buitenlandse webshops steeds populairder geworden. Dat komt omdat de flexibiliteit voor de arbeid in het buitenland groter is en de loonkosten een stuk lager”, zegt Dominique Michel, ceo van Comeos: “Uit de berekeningen van Comeos begin dit jaar bleek dat nu al meer dan de helft van alle onlineaankopen van de Belgen uit het buitenland kwam. We moeten dringend actie ondernemen, de plannen van vicepremier Peeters komen geen dag te vroeg”, stelt hij.

Volgens Michel heeft de regering met de eerste taxshift de loonkostlasten voor alle bedrijven doen dalen. “Als die maatregel volledig is uitgewerkt, zal de loonhandicap in de handel gedaald zijn tot ongeveer 17%. Maar dat is nog altijd te veel. Die handicap zou dringend moeten teruggeschroefd worden tot 10%”, zegt Michel.

 

“Arbeidsmarkt moet soepeler”

Binnen de regering heerst er enige scepsis: de coalitiepartners Open Vld en N-VA zeggen dat zij voorstanders zijn van een lastenverlaging, maar wijzen erop dat moeilijk te verwezenlijken wanneer het al zo moeilijk is om de begroting in orde te brengen. Minister Alexander De Croo (Digitale Agenda) wijst er op dat de e-commerce eerder een versoepeling van de arbeidsmarkt nodig heeft. “Vandaag is die niet aangepast aan de 21ste eeuw. Onze economie werkt zoals twintig jaar geleden”, zegt hij.

Daarmee geeft hij eigenlijk kritiek op de regeling die Peeters in december 2015 uitwerkte om de nachtarbeid in de e-commerce mogelijk te maken. Die versoepeling is niet algemeen en moet dus bedrijf per bedrijf geregeld worden. Het akkoord dat de sociale partners van de handels- en distributiesector onder zijn impuls toen hebben afgesloten, maakt nachtarbeid voor e-commerce mogelijk wanneer binnen elk bedrijf een onderhandeld akkoord gesloten wordt.

 

Onenigheid tussen Comeos en de bonden

Tot op vandaag hebben weinig bedrijven een cao over nachtarbeid afgesloten. Comeos wijst met de vinger naar de vakbonden. Maar die reageerden in met een opiniestuk in De Tijd, waarin ze zeiden dat zeer weinig bedrijven met hen contact opnamen om effectief van start te gaan.

Wat is er dan aan de hand? De patstelling heeft eigenlijk te maken met het feit dat het water tussen de federatie en de bonden al jaren zeer diep is. Die laatsten vrezen dat de strijd die in de grootdistributie heerst zal leiden tot slechtere werkomstandigheden voor de werknemers. In hun open brief zeggen de bonden letterlijk: “De topman van Comeos heeft het nu over nieuwe versoepelingen om nachtarbeid in de bedrijven in te voeren, niet enkel meer in het kader van e-commerce, maar in het algemeen”.

 

Nachtarbeid kan nu al op grote schaal

Het hele debat over de e-commerce in België wordt overschaduwd door die tweestrijd. Deze trekt zoveel de aandacht aan, dat men niet meer ziet dat de oorsprong van de malaise elders ligt. Men vergeet inderdaad dat talrijke e-commerce bedrijven niet behoren tot het paritair comité van de handel en de logistiek, maar tot dat van de logistiek, PC226. Daar is nachtwerk al jàren mogelijk. Meer nog: in die sector liggen de lonen hoger dan in de grootdistributie.

In die sector floreren meerdere distributiecentra voor de e-commerce en werken ze internationaal. Enkele namen: Nike, Skechers, Lego (Kuehne+Nagel), Vente-Exclusive.com (Katoen Natie). Veel van die bedrijven zijn jobmachines.

 

Andere oorzaken

Dat nachtwerk, soepele regels, loonkost en dergelijke meer in veel gevallen een rol spelen, is niet te onderschatten. Maar is het daarom dat de helft van de bestellingen van de Belgische e-consument uit het buitenland (hoofdzakelijk Nederland) komt? Misschien heeft het niet zozeer te maken met de logistiek en het fulfilment, maar met de Belgische e-commerce zelf? Kijk naar de BeCommerce Awards die gisteren door het grote publiek zijn uitgereikt. Van de 13 beloonde webshops, zijn maar liefst zeven Nederlandse webshops met een .be-adres.

De Nederlanders zijn vroeger op de e-commercetrein gestapt en hebben daardoor een voorsprong opgebouwd inzake marketing, IT, databeheer en dergelijke. Voor hen is het gemakkelijker de Belgische markt te bespelen dan voor een Belgisch bedrijf dat nog weinig ervaring heeft en niet de schaalvoordelen waarvan de Nederlanders genieten. Die achterstand kan ingehaald worden, maar dat zal nog wat tijd vergen.

Nog een reden die vaak over het hoofd wordt gezien, is dat e-commerce steeds meer een omnichannel-gebeuren wordt. De wisselwerking tussen de fysieke winkels en de webshops wordt steeds groter. Kijk naar een doorsnee Belgische winkelstraat en tel de verhouding tussen de Belgische en de Nederlandse ketens. In ons straatbeeld zijn de Nederlandse winkels zo talrijk, dat dat een impact heeft op ons online koopgedrag.

Daarom zou het beter zijn om het debat van de Belgische e-commerce veel breder te voeren, dan het te reduceren tot nachtwerk en soepelere regels.

Philippe Van Dooren is journalist voor o.a. Flows en Gondola.be