Colruyt zorgde voor een primeur door in het eerste kwartaal meer energie te produceren dan het zelf verbruikte. Het is duidelijk dat de investeringen van de Colruyt-groep beginnen te renderen, maar het einde is nog lang niet in zicht. Jef Colruyt, topman van de groep, sluit een aparte energiedivisie binnen de groep niet uit.

“Willen we de energieproblematiek aanpakken, zullen we met z’n allen toch drastisch moeten veranderen.”

Colruyt maakt zijn beloftes waar en gaat steeds verder in de strijd om zuinigheid en dit in al zijn verschillende facetten. Dus ook als het op energieverbruik aankomt, sterker nog: de groep combineert een continue besparingspolitiek met investeringen in groene energie. Dit kan ook met kleine, eenvoudige inspanningen. Zo besparen ze bij Colruyt jaarlijks 1.160€ door simpelweg de boodschap ‘Gelieve het licht steeds uit te doen” op te hangen in de toiletten.

Nieuw businessmodel of bittere noodzaak?Colruyt heeft altijd al een “groene” reputatie gehad en is steeds voorloper geweest in de sector. Nu ze echter meer stroom beginnen produceren dan wat ze verbruiken, dringt de vraag zich op waar dit zal eindigen? Wordt Colruyt naast een supermarktuitbater ook een energieleverancier?

Jef Colruyt, de gedelegeerd bestuurder en vertegenwoordiger in het management van de oprichtersfamilie, geeft toe. ‘Je kan je die vraag misschien stellen’, zegt hij. ‘Maar de goesting is er gewoon in het bedrijf om iets te realiseren op het vlak van energievoorziening. Om een verschil te maken in het hele debat. Moet je die boot dan afhouden omdat het eigenlijk onze stiel niet is? Of moet je je overtuiging volgen?’

‘Maar het is niet enkel dat. Het is ook gewoon economisch gezond verstand. De twee gaan samen. Het is zelfs allemaal begonnen vanuit een bittere noodzaak om zuinig te zijn. In de jaren zestig, toen we als groothandel voor het eerst eigen winkels openden, was het zaak om simpelweg te overleven. Om te verzekeren dat we onze middelen zo minimaal mogelijk moesten inzetten. De reflex om daar voortdurend over na te denken is gewoon deel van ons geworden, van hoe we de zaken aanpakken.’

‘Eigenlijk zijn we pas in de jaren ’80, met de opkomst van de ecologische beweging, dat echt gestructureerd beginnen te benaderen’, zegt hij. ‘Plots realiseerden we ons dat we veel van de grote theorieën die toen werden verkondigd, al toepasten.’

Missionaris of predikant?Uiteraard is het allemaal zeer klein en voorzichtig begonnen voor Colruyt. Eerst stelde het zijn eigen huishouden op orde, dan maande het zijn leveranciers aan om te bezuinigen, o.a. op verpakkingsmateriaal en daarna ging het zelfs zijn klanten informeren over het belang van duurzaamheid.

Vooral het feit dat alle kleine ingrepen grote besparingen opleverde en het dus ook economisch rendabel werd, zorgde ervoor dat de groep hier steeds verder in ging. Op de vraag of ze zich een missionaris voelen, grapt Jef Colruyt: ‘een missionaris? Een predikant dan!’‘Maar ja, dat gebeurt zonder nadenken. Je gaat gewoon elke keer een stap verder. Je probeert je impact uit te breiden.’

Zo geschiedde, want ondertussen heeft de supermarktfabrikant naast investeringen in eigen energieproductie, ook geïnvesteerd in een biomassa-installatie, zonnepanelen en windmolens.

Volgens Colruyt zeker geen te ver gezochte stappen. ‘Veel energieprojecten zijn gewoon verbonden aan onze retailactiviteiten. De windmolen is bijvoorbeeld verbonden met ons distributie¬centrum, dat een hoge energie¬behoefte heeft.’

Het gaat echter veel verder dan dat. Wanneer het veel waait, levert de windmolen een surplus aan stroom op. Om die extra stroom te benutten, start de groep dit najaar op de site van Halle met een waterstofproductie-eenheid die zal aangedreven worden door de windmolen. De achterliggende bedoeling is dat de heftrucks in het distributiecentrum op waterstofgas gaan rijden.

Groeitempo op maximumIn dergelijke initiatieven is er inderdaad een duidelijke band met de retailactiviteiten, maar in de voorbije jaren investeerde Colruyt als groep ook al in windparken op de Noordzee. Daar is de link veel minder duidelijk en rijst de vraag of dit als beursgenoteerde retailer nog te verantwoorden valt aan de aandeelhouders.

‘Een terechte vraag’, bevestigd Jef Colruyt. ‘Maar ons groeitempo zit vandaag op zijn maximum. Onze supermarktactiviteiten nog sneller uitbreiden kan onze organisatie niet aan. We hebben onze handen vol. Maar tegelijk hebben we wel 300 miljoen euro in kas. Centen die vandaag bijna niets opbrengen. Zijn we dan niet beter af die te investeren in energie als we daar opportuniteiten zien? Als we het gevoel hebben dat we daar een verschil kunnen maken?’

‘Natuurlijk beseffen we wel dat een investering in een windmolenpark een langere termijn vergt dan je geld gewoon op een rekening zetten’, voegt hij daaraan toe. ‘Maar we maken wel dat we voldoende liquiditeit hebben. We kunnen bij elke nieuwe fase van het project beslissen of we ermee doorgaan of niet. Als er zich in de retail een grote kans zou voordoen waarvoor we middelen nodig hebben, dan gaan we zeker tegen onze energiejongens zeggen: ‘Afremmen, we hebben onze centen nodig.’ Desnoods kunnen we ook onze participaties in de offshore-parken verkopen. Die mogelijkheid ligt altijd open.’

Dromen: waarom niet?Momenteel evenaart de energieproductie van Colruyt het verbruik van bijna 100.000 gezinnen. Dankzij de verschillende projecten die er nog aan zitten komen, zal dat aantal in de toekomst nog sterk stijgen. Is het dan mogelijk dat de energieactiviteiten een aparte afdeling gaan vormen in de groep, zoals het vastgoed, of eventueel een nieuwe spin-off, zoals dat met Dolmen het geval was?

Colruyt: ‘Die vraag ligt vandaag niet op tafel, als we aan een capaciteit van 800 of 900 megawatt zitten, dan is het misschien tijd om daarover na te denken. Eerst willen we nog leren. Kruipen kunnen we, nu moeten we leren stappen en dan komen we aan lopen toe. Wordt Colruyt een heus energiebedrijf? Met zekerheid kan ik dat niet zeggen, maar met dromen: waarom niet?’

Naast enkele knelpunten die hij aanhaalt met betrekking tot de huidige netbedrijven, is het duidelijk dat Colruyt vandaag nog iets te weinig dynamiek ziet in het hele energiedebat. Ook de politiek wijt hij een gebrek aan visie. Vooral de hele heisa rond de steun voor zonnepanelen tijdens de afgelopen maanden, knaagt enorm bij hem.

‘De politiek moet beslissen wat hij wil. Kijk, Europa legt ons doelstellingen op om duurzamer te worden. Tegelijk weten we heel goed dat we met de kerncentrales met een probleem zitten. Wat gaan we daarmee doen? Ze veiliger maken? Dat zal dan dubbel zoveel kosten. Willen we minder nucleaire energie, dan moeten er alternatieven zijn. Welke? Het belangrijkste is dat daar eens knopen over worden doorgehakt, zodat er meer rechtszekerheid komt. Zodat iedere investeerder weet waar hij aan toe is. Anders worden mensen afgeschrikt.

Bovendien moet je consequent zijn. Als je kiest voor iets, ga er dan ook voor. Krabbel niet halverwege terug omdat het plots te duur is’, verwijst hij expliciet naar de zonnepanelenkwestie. ‘Goed, vandaag is zonne-energie zonder steun niet rendabel in België. Dat zal het pas zijn in 2020, wijzen studies uit. Omdat de technologie dan veel verder zal staan. Maar moet je daarom wachten op 2020?’

‘Volgens mij heeft het wel degelijk zin daar nu al via subsidies in te investeren. Omdat er een bewustzijn groeit bij de mensen, omdat je zo onderzoek en investeringen in technologie stimuleert. Je verzekert je dus ook van de nodige kennis en dat levert toch ook toegevoegde waarde?’

Wie betaalt?

‘Het probleem is dat dit soort discussies vaak heel emotioneel verloopt’, vervolgt hij. ‘We staan als maatschappij voor enorme uitdagingen op het vlak van energie. We moeten zuiniger worden. Gas, olie, kolen, dat is een eindig verhaal. Als we de Europese doelstellingen willen halen, zullen we met z’n allen ons gedrag flink moeten aanpassen. En ja, dat zal wat kosten. Wie moet dat dan betalen? Ja, de belastingbetaler. Wij allemaal toch!’

Misschien niet het meest aantrekkelijk standpunt ten tijde van economische crises en de zware besparingen die ons nog staan te wachten en misschien al helemaal raar als dit komt van iemand die lage prijzen predikt? Zo lijkt het alleszins. Volgens Colruyt ligt het echter anders: ‘Onze ervaring leert dat besparen en investeren in groene energie samengaat. Dus waarom zou dat niet kloppen in een groter maatschappelijk kader? Eigenlijk is het allemaal niet eens ingewikkeld. Vaak gaat het om heel simpele oplossingen. Je moet er alleen ver genoeg in durven te gaan om echt het verschil te maken.

Wij gebruiken intern vaak het beeld van de kikkers in een pot water. Warm het water geleidelijk aan op en de kikkers blijven erin tot ze gekookt zijn. Wanneer gaan we er met z’n allen eens uitspringen? En laten we daarmee vooral niet te lang wachten, voor we heel zwaar moeten ingrijpen. Voor het een kwestie wordt van angst, of schaamte of schuld.’