Binnen iets meer dan een maand gaat de kilometerheffing voor vrachtwagens in België. Deze zal een verhoging van de transportprijzen veroorzaken, die vooral in het nationaal vervoer voelbaar zal zijn. Sommige opdrachtgevers hebben aan hun vervoerders laten dat zij die extra kost niet willen betalen. Dat zou hen een proces kunnen opleveren, zo is aan onder andere Comeos, Unizo, Voka en UWE medegedeeld.

De kilometerheffing voor vrachtwagens gaat op 1 april 2016 in voor alle vrachtvoertuigen boven de 3,5 ton die in België rijden. Volgens officiële berekeningen door het Instituut Transport en Logistiek België (ITLB) zal de heffing voor de Belgische transporteurs een gemiddelde meerkost van 7,94 % genereren. Op sommige trajecten met weinig hoofd- en snelwegen zal dat iets minder zijn, maar in andere gevallen zal de kostprijsverhoging nog groter zijn.

Omdat de marges van de vervoerders nu al zo klein zijn – ze overschrijden zelden de 1 à 2% - zeggen ze dat ze die kosten van de kilometerheffing aan hun opdrachtgevers zullen doorrekenen. De vervoerdersorganisatie krijgen echter van steeds meer leden te horen dat sommige verladers nu al zeggen dat ze geen verhoging van hun transportfactuur zullen aanvaarden.

Een van die verenigingen, de UPTR heeft dan ook verschillende sectoriële organisaties en de verenigingen van inkopers van logistieke diensten aangeschreven om hen te wijzen op een aantal wettelijke verplichtingen. Het VBO, UNIZO, VOKA, UWE, UCM, COMEOS alsook OTM en ABCAL hebben die brief inmiddels ontvangen. Daarin wijst UPTR hen op twee begrippen die in de wetgeving opgenomen zijn: de ‘ongeoorloofde prijs’ en het ‘misbruik van machtspositie’.

 

Ongeoorloofde prijs

De wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg bepaalt immers dat de transporteur, de opdrachtgever, de vervoerscommissionair of de commissionair-expediteur kunnen worden gestraft met een boete van 500 tot 50.000 euro, vermeerderd met de opdeciemen, indien zij een vervoer hebben aangeboden, verricht of laten verrichten, tegen een ongeoorloofd lage prijs.

Onder ‘ongeoorloofd lage prijs’ wordt verstaan een prijs die onvoldoende is om tegelijkertijd te dekken:

- de niet te vermijden posten van de kostprijs van het voertuig, in het bijzonder de afschrijving of de huur, de banden, de brandstof en het onderhoud;- de kosten voortvloeiende uit wettelijke of reglementaire verplichtingen, in het bijzonder sociale, fiscale, verzekerings- en veiligheidskosten;- de kosten voortvloeiende uit het bestuur en de leiding van de onderneming.

 

Misbruik van machtspositie

Tevens herinnert UPTR aan het principe van ‘misbruik van machtspositie’, waarbij één of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt. “Dat is verboden door artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht,” stelt UPTR. Zij geeft enkele voorbeelden van courante vormen van machtsmisbruik, zoals het opleggen van een aankoopprijs, verkoopprijs of andere onbillijke contractuele voorwaarden; en de toepassing van buitensporig hoge prijzen of uitsluiting door de dominante onderneming. Opdrachtgevers die een verhoging van de transportprijs zomaar weigeren zouden met andere woorden vervolgd kunnen worden. UPTR waarschuwt alvast dat zij haar leden “zal helpen om hun opdrachtgevers te herinneren aan deze wettelijke verplichtingen”. Meer nog, ze zegt in haar brief aan de organisaties dat, “indien nodig, UPTR ook een klacht kan neerleggen bij de Belgische Mededingingsautoriteit om elk geval van een misbruik van machtspositie aan te geven.”