Ter gelegenheid van een innovatiedag georganiseerd door Vondelmolen sprak Gondola met minister-president van Vlaanderen Matthias Diependaele (N-VA) over innovatie, productiviteit en de rol van Vlaanderen in een economisch uitdagende context. In het gesprek lichtte hij toe waarom Vlaanderen volgens hem volop moet inzetten op administratieve vereenvoudiging, strategische investeringen en samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en internationale markten.

Er wordt veel gesproken over innovatie en productiviteit. Welke rol moet Vlaanderen daarin spelen?

Er zijn volgens mij twee zaken die wij moeten doen. Eerst en vooral moeten we het kader waarbinnen ondernemingen werken zo goed mogelijk maken. Dat zijn we een beetje aan het herstellen, want er zaten de laatste tijd toch een paar fouten in dat kader. Denk bijvoorbeeld aan administratieve vereenvoudiging. We proberen echt overbodige regels weg te halen.

Ook ons vergunningenbeleid pakken we aan. Bedrijven die wilden uitbreiden, werden geconfronteerd met heel lange procedures. Daar hebben we ondertussen al veel werk in gestoken. De conceptnota daarover is klaar en we zijn die nu aan het omzetten in regelgeving.

Daarnaast moeten we sterk inzetten op productiviteit. We weten dat Vlaanderen in bijna alle sectoren moeite heeft om mensen te vinden. Dus zullen we met minder mensen dezelfde welvaart en toegevoegde waarde moeten creëren. Daarom moeten we volop inzetten op productiviteit. Dat gaat trouwens ruimer dan alleen economie. We moeten ook het onderwijs herstellen en het niveau opnieuw opkrikken, zodat we de juiste hoogopgeleide arbeidskrachten op de arbeidsmarkt krijgen.

Welke concrete keuzes maakt Vlaanderen vandaag om innovatie te ondersteunen?

Naast het verbeteren van het ondernemingsklimaat maken we ook een aantal heel strategische keuzes. Dat gaat van zeer brede maatregelen tot heel gerichte beslissingen. Een voorbeeld daarvan is de aankoop van de luchthaven van Zaventem. Dat is de tweede economische motor van het land. Die willen we zelf in handen hebben, zodat die niet door buitenlandse investeerders kan worden gesloten. Maar het gaat ook over investeringen in innovatie rond semiconductoren, biotechnologie, defensie-industrie en andere strategische sectoren. Dat zijn keuzes waar we echt op willen inzetten.

Hoe ziet u de rol van Vlaanderen tegenover Wallonië in dat economische beleid?

Het zijn de regio’s die het meeste enthousiasme en passie steken in economische heropleving. Dat zie je overal in Europa, daar ben ik heilig van overtuigd. 

Kijk naar Beieren, het Baskenland of Noordrijn-Westfalen. Zelfs in Nederland zie je dat Noord-Brabant heel gerichte keuzes maakt. Het zijn zelden de nationale staten die daarin het voortouw nemen. Het zijn de regio’s die die drive creëren.

Dat betekent natuurlijk niet dat samenwerking onmogelijk is. Op het vlak van infrastructuur werken we bijvoorbeeld samen rond CO2-pijpleidingen. We hebben ook al gezamenlijke buitenlandse bezoeken georganiseerd met Wallonië. Maar dat gebeurt eerder confederaal. Daar hebben we de federale overheid niet noodzakelijk voor nodig.

Hoe kan een regionale overheid bedrijven concreet helpen om meer te innoveren?

Eerst en vooral opnieuw door het juiste kader te creëren. Ondernemen en innoveren moet aantrekkelijk blijven.

Daarnaast ondersteunen we natuurlijk financieel, maar niet alleen met subsidies. Organisaties zoals VLAIO helpen bedrijven bijvoorbeeld ook om Europese financiering binnen te halen of samenwerkingen met andere bedrijven op te zetten. Wij proberen als overheid een brug te slaan tussen bedrijven. Die kruisbestuiving kan bijzonder veel waard zijn.

We ondersteunen daarnaast ook onderzoeksinstellingen zoals VUB, IMEC, VITO en Flanders Make. Zij vormen opnieuw een schakel tussen universiteiten, kennisinstellingen en ondernemers, zodat kennis kan doorstromen en gevaloriseerd wordt in ondernemingen.

Tot slot is ook Flanders Investment & Trade belangrijk. Vlaanderen is een exporteconomie. Onze markt is veel te klein om onze welvaart alleen daarop te bouwen. We moeten dus naar het buitenland kijken. Ondernemers die samenwerken met FIT zijn meestal erg tevreden over de ondersteuning die ze daar krijgen. Ook dat is een belangrijke meerwaarde die wij als overheid bieden.