De Europese Commissie start een nieuw onderzoek naar de beperking van de concurrentie in de e-commercesector. Deze week publiceerde ze haar eindverslag over mogelijke praktijken die de mededinging kunnen beperken. Sommige bedrijven hebben hun handelspraktijken proactief gewijzigd. Het onderzoek bracht echter handelspraktijken aan het licht die niet door de beugel kunnen, onder andere in de ‘selectieve distributie’.

De Europese Commissie opende in mei 2015 een sectoronderzoek naar e-commerce. Er werden gegevens verzameld over maar liefst 1.900 bedrijven die actief zijn in de webhandel in consumptiegoederen en digitale inhoud. Circa 8.000 distributie- en licentieovereenkomsten werden geanalyseerd. In september 2016 volgde een voorlopig verslag, waarop bedrijven en organisaties konden reageren.

Volgens Eurocommissaris Margrethe Vestager, belast met het mededingingsbeleid, zijn ‘bepaalde praktijken’ ontdekt of bevestigd die de concurrentie beperken. Het gaat onder andere over onterechte beperkingen die op de distributie van producten in de EU worden opgelegd. “Die beperkingen kunnen de keuze van de consument verkleinen en lagere onlineprijzen verhinderen. Tegelijk moet volgens ons een balans worden gevonden tussen de belangen van de onlinehandelaren en die van de handelaren met een fysieke winkel”, stelt ze.

Vestager zegt verder dat de bevindingen van het eindrapport de Commissie in staat stelt om de EU-mededingingsregels gerichter te handhaven op de e-commercemarkten.

 

Proactief

Naar aanleiding van het onderzoek door de Commissie hebben aantal bedrijven handelspraktijken op eigen initiatief herzien. Enkele bedrijven in de kledingsector worden daarbij genoemd: Oysho en Pull & Bear (beide deel van Inditex), Mango (PuntoFa), en Dorothy Perkins en Topman (beide deel van Arcadia). Namen uit andere sectoren zijn De Longhi (koffiemachines) en Manfrotto (fabrikant van fotoapparatuur).

 

Selectieve distributie

Het eindverslag constateert dat de groei van de e-commerce in de afgelopen tien jaar een aanzienlijke impact heeft gehad op de distributiestrategieën van bedrijven en op het consumentengedrag. Ze haalt daarbij drie grote trends aan, die mogelijk aanleiding kunnen geven tot concurrentieverstorend gedrag.

Een eerste is dat veel fabrikanten besloten hebben hun producten via hun eigen onlinewinkels rechtstreeks aan de consument te verkopen en daardoor steeds meer met hun distributeurs concurreren. Een tweede is het toenemende gebruik van ‘selectieve distributiestelsels’. Daarbij kunnen producten alleen worden verkocht door vooraf geselecteerde erkende verkopers.

Een derde trend is dat, om meer controle te hebben over de distributie van de producten, men steeds meer gebruik maakt van contractuele beperkingen. “Afhankelijk van het bedrijfsmodel en de bedrijfsstrategie kunnen dergelijke beperkingen verschillende vormen aannemen, zoals prijsbeperkingen, een marktplaats(platform)verbod, beperkingen op het gebruik van prijsvergelijkingstools en uitsluiting uit distributienetwerken van louter online opererende marktspelers”, stelt de Commissie vast.

 

Fysieke winkels verplicht

Een voorbeeld daarvan wordt aangebracht door de Franse webwinkel voor ‘flash sales’ Showroomprivé.com. Sommige cosmetica- en parfumbedrijven leggen criteria waaraan ‘pure players’ niet kunnen beantwoorden, zoals het hebben of uitbaten van fysieke verkooppunten. Die producenten hanteren het argument dat deze fysieke winkels een raadgevende functie hebben. De webwinkel antwoordt daarop dat een bijzonder groot deel van de aankopen van parfums heraankopen zijn. “In zo’n geval heeft de consument geen raad nodig en kan hij of zij evengoed zijn aankoop via het internet doen”, argumenteert de webwinkel.

Zo zijn enkele tientallen reacties – in beide richtingen – bij de Europese Commissie toegekomen. Het eindrapport en de reacties van de verschillende stakeholders vindt u via deze link.