AB InBev, 's werelds grootste bierbrouwer en bekend van merken als Jupiler, Leffe, Stella Artois en Hoegaarden, heeft vorig jaar zwaar geleden onder de coronacrisis, maar ziet beterschap in het verschiet.

Door de lockdowns en de sluiting van de horeca heeft het bedrijf de verkoopvolumes, omzet en winst vorig jaar zien dalen. AB InBev verwacht dat dit jaar wel sprake zal zijn van herstel, al blijft de pandemie voor onzekerheid zorgen. Het verkoopvolume nam vorig jaar met 5,7 procent af, omdat minder bier werd verkocht aan cafés en restaurants vanwege de horecasluitingen in veel landen tegen de pandemie. Dat werd wel deels goedgemaakt door hogere verkopen via supermarkten voor thuisgebruik. De omzet ging bijna 4 procent omlaag tot iets minder dan 47 miljard dollar. De nettowinst kwam uit op 5 miljard dollar, tegenover 7,2 miljard dollar het jaar ervoor.

Om de horeca te steunen, heeft AB InBev onder meer huurgelden kwijtgescholden van horecaondernemers die een pand bij de brouwer huren. AB InBev is zelf geen eigenaar van panden, maar verhuurt panden onder die zij op haar beurt weer huurt van vastgoedeigenaren. De steun kwam bovenop andere maatregelen die de brouwer al nam, zoals bijvoorbeeld kosteloos retour halen van aangebroken tankbier. In een toelichting spreekt topman Carlos Brito van AB InBev van een extreem uitdagend jaar. In het vierde kwartaal zag het bedrijf wel verbetering van de verkopen, als gevolg van de versoepelingen van lockdowns in verschillende landen.