De vernieuwde Foodmaker: horecazaak en proefkeuken voor de retail

foodmaker

Restaurantketen Foodmaker is sinds december vorig jaar volledig in handen van het StarMeal, het Belgische slaatjesbedrijf voor de retail. De nieuwe eigenaar heeft het concept van Foodmaker volledig vernieuwd, en maakt daarbij handig gebruik van de kruisbestuiving tussen retail en horeca.

 

StarMeal kennen we vooral als slaatjesmerk voor de foodretail, maar het bedrijf was ook één van de drie partijen die eigenaar waren van Foodmaker. Sinds december heeft StarMeal de keten echter volledig in handen. “Dat was nodig om één duidelijke visie te hebben”, vertelt Lieven Vanlommel (CEO StarMeal en Foodmaker) bij de voorstelling van de eerste vernieuwde winkel in Brussel.

 

In het nieuwe interieur overheersen hout- en bamboetinten en de Engelse slogans die het verse en gezonde karakter van de zaak in de verf zetten. Het nieuwe concept doet op het eerste zicht sterk denken aan Exki, maar dat is toch een heel andere formule zegt Vanlommel. “Bij ons is alles handmade. Zo worden onze wraps bijvoorbeeld met de hand gerold”.

 

 

Salad farm

Centraal in het nieuwe concept staat de “salad farm”, een salad bar waar klanten verse slaatjes kunnen opscheppen die mee worden ontwikkeld door chefkok Edwin Menue. De slaatjes worden, net als de broodjes, gratins, quiches, wraps en alle andere producten bij Foodmaker, geproduceerd door StarMeal. Toch is die merknaam nergens te zien. “StarMeal is een totaal ander concept”, legt Lieven Vanlommel uit. “We willen ook geen concurrent zijn van onze klanten-retailers waar StarMeal-producten verkocht worden.”

 

Hoewel het concept verschillend is, is de filosofie bij StarMeal en Foodmaker wel dezelfde: verse en gezonde voeding, met veel groenten en zonder toegevoegde smaakstoffen, bewaarmiddelen of mayonaise.  

 

De slaatjes in de “salad farm” dienen overigens niet enkel om te verkopen bij Foodmaker. De nieuwe producten van StarMeal worden hier ook getest voor ze in de handel komen. “Dit is een proefkeuken voor de retail. Alle producten die wij voor de grootdistributie maken, wordt eerst hier getest voor een periode van 1 tot 2 maanden. Zo weten we wat wel of niet werkt, en kunnen we de producten finetunen voor ze in de rekken komen.” En dat is ook beter voor de supermarkten, zegt Vanlommel.

 


 

“Voedingswinkel waar je kan eten”
Naast ready-to-eatproducten, heeft de nieuwe Foodmaker ook een beperkt assortiment verse en droge voeding. Voor 10 euro krijg je er een zak met biologische seizoensgroenten, en er is ook een schap met producten als quinoa, zwarte rijst, pesto, olijfolie, enzovoort. “Daarmee is Foodmaker dus geen zuivere horecazaak meer, maar een voedingswinkel waar je ook iets kan eten”, aldus Lieven Vanlommel. Maar de concurrentie aangaan met de supermarkt is zeker niet de bedoeling. “Het concept van Foodmaker is om snel te kunnen eten en eventueel ook iets te kunnen meenemen. We zijn een horecatent en we spelen tegenlijk een beetje winkel.”
 

 

Focus: Europa

De Foodmaker op de Gulden Vlieslaan in Brussel is de eerste die volledig omgebouwd werd volgens het nieuwe concept. De bedoeling is dat de andere 6 vestigingen in het komende half jaar volgen. Daarna ligt de focus op het buitenland. “Wij willen een Europees merk worden”, vertelt Vanlommel. “We willen naar Frankrijk, Nederland, Duitsland en ook Zweden trekken. Als winkel of als shop-in-shop”. Daarnaast staan er ook nog samenwerkingen op het spel met Kinepolis en een internationale hotelketen. “Foodmaker heeft een mooie toekomst. Wij horen veel onheilspellende berichten, maar wij zien de toekomst groeiend in”, besluit Vanlommel.

 

Auteur: 

Joram De Bock