Overtreedt de Orde der apothekers de concurrentieregels?

Volgens het Auditoraat van de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) probeert de Orde der apothekers om het model Medi-Market van de markt uit te sluiten en/of zijn ontwikkeling te beletten. Bovendien zou de orde het bedrijf indirect een minimum verkoopprijs van geneesmiddelen opleggen.

 

Tussen de Orde der apothekers en Medi-Market heeft het nooit goed geklikt. Zo vonden er al verschillende processen plaats die tot nu toe steeds gewonnen werden door Medi-Market. Ter herinnering, die laatste wil de gezondheidszorg goedkoper maken. Niet-terugbetaalde geneesmiddelen zijn bij Medi-Market bijvoorbeeld gemiddeld 20% goedkoper dan bij traditionele apothekers.

 

Eerdere processen

 

Al In december 2015 probeerden de Orde van de Apothekers en de Algemene Pharmaceutische Bond (APB) de ontwikkeling van het model Medi-Market te vertragen. Zo stapten ze naar de rechtbank om het winkelconcept te laten verbieden omdat de activiteiten van Medi-Market zogenaamd “een aanslag” vormden op de klassieke apotheek. Al werd die vordering uiteindelijk verworpen door de rechtbank van koophandel in Nijvel… Op 15 april 2016 werd een onderzoek geopend voor potentiële restrictieve praktijken van de Orde der apothekers tegen de groep MediCare-Market. Op 19 juni 2017 volgde het antwoord van het Mededingscollege van de Belgische Mededingsautoriteit. Die stelde  “dat er prima facie aanwijzingen zijn dat organen van de Orde der Apothekers een inbreuk kunnen hebben gepleegd tegen de mededingingsregels door zich te verzetten tegen de kortingenpolitiek van Medicare-Market, hun openingsuren en de inrichting van hun farmaceutische en parafarmaceutische activiteiten”. Het college oordeelde dan ook dat de klacht op dat moment niet dringend en ernstig genoeg was om tijdelijke maatregelen te nemen en verwierp bijgevolg de vordering. In het kader van die procedure heeft het Auditoraat van de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) op 31 oktober 2018 uiteindelijk een ontwerp van beslissing voorgelegd aan het Mededingingscollege. En dat was niet in het voordeel van de Orde der apothekers…

 

“De Nationale Raad van de Orde der apothekers is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de algemene beginselen en regels met betrekking tot de moraliteit, de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid, de waardigheid en de toewijding onmisbaar voor de uitoefening van het beroep, die de code van de farmaceutische plichtenleer vormen. De markt van diensten verricht door apothekers is een sterk gereguleerde markt waarin de concurrentie wordt beperkt”, herinnert BMA.

 

Ontwerpbeslissing

 

In haar ontwerpbeslissing beroept de auditeur zich op het bestaan van mededingingsbeperkende praktijken die aan de Orde der apothekers worden toegeschreven. Daarbij gaat het enerzijds om het model MediCare-Market van de markt uit te sluiten en/of zijn ontwikkeling te beletten, en anderzijds, het indirect opleggen aan MediCareMarket van een minimum verkoopprijs van medicijnen. “Dergelijke gedragingen zouden in strijd zijn met artikel IV.1 WER en artikel 101 VWEU”, verduidelijkt het BMA.

 

Deze zaak zal nu worden onderzocht door het Mededingingscollege, waarvoor de Orde der apothekers de gelegenheid zal krijgen om zich tegen deze grieven te verdedigen. Hij kan schriftelijke opmerkingen indienen bij het College en zal worden gehoord tijdens een hoorzitting. Het College zal beslissen of er al dan niet sprake is van een inbreuk van het mededingingsrecht. De ontwerpbeslissing loopt niet vooruit op deze beslissing.

 

“De deontologische code moet herbekeken worden”

 

Onlangs ontmoetten we Yvan Verougstraete, CEO van Medi-Market Group, die het met ons had over dit gevoelige onderwerp. “Het blijft ingewikkeld”, vertelde hij ons. “Het probleem situeert zich op het niveau van de deontologische code en de soms verrassende manier waarop instanties werken…De wetgever heeft de Orde der apothekers een juridische bevoegdheid gegeven, alleen worden de verdedigingsrechten en principes zoals de verplichting tot motivatie niet altijd gerespecteerd.” Volgens Yvan Verougstraete moeten de juridische instanties aangepast worden om te vermijden dat apothekers andere apothekers beoordelen en het paradigma waarop de deontologische code gebaseerd is, veranderen. Vandaag verdedigt de deontologische code volgens hem vooral de oprechtheid en het imago van het apothekersberoep. Hoewel dat imago belangrijk is en verdedigd meot worden, is het echter vaak een flou concept is dat op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden (dat leidt tot juridische onzekerheid), en bijgevolg de kiemen van conservatisme in zich draagt. Het is volgens de CEO dan ook beter “dat de deontologie zich baseert op de volksgezondheid en de patiënt dan op een bepaalde beroepsvisie.”

 

Ontdek het hele interview in de december-januari editie van Gondola Magazine. Hebt u nog geen abonnement? Klik dan hier!

 

 

Auteur: 

l.goethuysen@gondola.be

categorie: 

ISM - Side - NL

Laatste productlanceringen