Elke week publiceert Gondola een portret van een van onze vegetariërs, flexitariërs of veganisten die we hebben ontmoet naar aanleiding van ons groot vegan dossier dat verscheen in de februari-editie van Gondola Magazine! Vandaag is het de beurt aan Lynn, een 31-jarige uit Brussel, vegetariër tussen haar 15de en 20ste, en veganist sinds oktober 2017. 

Lynn is 31 en woont in Brussel. Van haar vijftiende tot haar twintigste at ze vegetarisch. Ze gaf dit dieet op omwille van medische redenen. Of dat dacht ze toch… “Als kind ben ik altijd bekommerd geweest om dierenwelzijn. Daarom werd ik op mijn vijftiende vegetariër. In die tijd beschikten we nog niet over veel informatie. Er was bovendien maar een beperkt aanbod en ook de kennis was gelimiteerd. Ik was vaak ziek, en toen ik twintig was raadde mijn dokter me aan om te veranderen van voedingspatroon”, legt ze uit terwijl ze ontbijt maakt.

Ze bleef zich echter vragen stellen over haar voeding en vooral over haar ecologische voetafdruk. In oktober 2017 nam ze een goed gefundeerde beslissing. Ze zou vegan worden. “Ik ben me ervan bewust geworden dat ik net zoals veel andere mensen een enorme ecologische voetafdruk heb. Ik heb een wagen – die ik niet veel gebruik maar toch wel af en toe – ik rook, ik hou van reizen en neem vaak het vliegtuig… Dat is heel wat. Ik vond dus voor mezelf dat het tijd was om keuzes te maken. Ik wou niet alles opgeven, en vond veganisme een goede optie in mijn geval. Je moet weten dat de melk- en vleesindustrie een nauwe band hebben en de meest vervuilende sectoren ter wereld zijn. Daarbij komt nog dat ik een genetische aandoening heb die erger kan worden door de consumptie van lactose. Eind 2017 had ik zoveel documentaires gezien en zoveel inlichtingen ingewonnen dat ik me klaar voelde om de stap te zetten.”

Vandaag zet Lynn haar engagement voort. Op haar manier strijdt ze tegen de klimaatverandering. “Ik neem deel aan de klimaatmarsen en zou me hypocriet voelen als ik daarna een hamburger ging eten. Je kan niet zomaar in je luie zetel blijven zitten en commentaar geven op wat er gebeurt. Iedereen moet zijn eigen steentje bijdragen. Ik voel mezelf schuldig over wat er aan de hand is en probeer daar door mijn consumptiegedrag iets aan te veranderen. Ik ga niet zeggen dat er in dat verband nooit iets op mij aan te merken valt, maar ik doe wat ik kan en ga zo ver als mogelijk”, geeft ze aan.

De mode loopt serieus achter

Voor Lynn is het grote probleem niet de voedingsindustrie, maar wel de modewereld. “Wat voeding betreft kan je gemakkelijk bijsturen: je koopt lokaal, bio, vegan… allemaal bij de deur. Met de mode is het anders gesteld. Ik vind het heel moeilijk om voor de winter een warme trui te vinden die niet alleen mooi is maar ook betaalbaar, en bovendien op een duurzame manier geproduceerd werd zonder wol. Met schoenen is het niet anders. Sommige mensen plagen me, omdat ik nog wollen kleren en leren schoenen draag uit de tijd dat ik nog niet vegan was. Ik heb daar zelf geen probleem mee. Ik ga toch al die dingen, die nog perfect bruikbaar zijn, niet weggooien alleen maar omdat ze gemaakt zijn met dierlijke grondstoffen? Dat zou niet in overeenstemming zijn met mijn milieubewustheid. Ik zal voortaan zeker geen nieuwe kleren of schoenen meer kopen in deze materialen, maar sta wel open voor tweedehands. De modewereld loopt serieus achter. Als vegan kan je wel een namaakleren tas van 20 euro kopen, maar wie zegt dat die niet ergens ter wereld door kinderhanden is gemaakt? Je kan weliswaar een trui kopen in biokatoen, die lokaal geproduceerd is en waarvan een deel van de prijs naar ngo’s gaat of naar projecten die herbebossen, maar het aanbod is beperkt en de prijzen zijn hoog”, legt ze uit.

Als de vraag er is zal het aanbod volgen

De voedingssector vormt dus niet het grootste probleem voor Lynn, wat wil zeggen dat ze vertrouwen heeft in de toekomst. Ze is ervan overtuigd dat de grote ketens al heel wat inspanningen hebben gedaan op het gebied van hun aanbod, en dat deze alleen maar zullen toenemen als de vraag groter wordt. “Ik heb gemerkt dat het vegan assortiment op een goed jaar tijd veel geëvolueerd is. Vroeger vond ik niets in de Carrefour vlakbij, op wat groenten na dan. Vandaag vind je zowel bij Colruyt, Delhaize als Carrefour, hoe klein de winkels ook mogen zijn, vegan melk of room. Sommige van deze ketens bieden zelfs vegan producten onder eigen label aan. Zo brengt Delhaize biosojamelk, waarvan het enige probleem is dat ze geen B12-vitamine bevat. Merken zoals Alpro nemen deze automatisch op in hun producten, zodat tekorten vermeden worden. Ook Albert Heijn heeft een mooi aanbod in vegan. AH is bijvoorbeeld de enige retailer in België die jackfruit in zijn assortiment heeft, een exotische vrucht met een textuur die dicht aansluit bij vleesproducten. Bovendien biedt deze keten voordelige prijzen, ook wat bio en vegan betreft. Over het algemeen moeten we dus nog wat geduld uitoefenen, maar de vraag stijgt duidelijk waardoor de markt onvermijdelijk zal volgen.”

Volgens Lynn zit die evolutie van de markt eerst en vooral in de vleesvervangers, die vaak al bereid zijn. “Ik consumeer vandaag minder bereide producten. Ik kies liever voor ingrediënten die ik zelf kan klaarmaken en kruiden. In het begin zocht ik echter naar bekende smaken: ik wou worst met appelmoes en een smeuïge puree, maar dan in veganversie. Het was in eerste instantie heel moeilijk om mijn vaste gewoontes zomaar naast me neer te leggen. Ik denk dat dat een stap is die velen onder ons meemaken, en ik vind het dus niet meer dan normaal dat de retailers dezelfde logica volgen. Vleesvervangers kunnen een mooie springplank vormen, bijvoorbeeld voor gezinnen die al experimenteren met vegetarische worsten. We gaan niet van de ene dag op de andere tegen de consument zeggen dat hij al het vlees moet schrappen uit zijn dieet, dat is eerder een progressief gebeuren. Je merkt vandaag een steeds groter kwalitatief aanbod, met spelers als Beyond Meat bijvoorbeeld. Hoe groter de vraag wordt, hoe meer nieuwe merken er op de markt zullen komen. Want hoewel deze trend nog vrij nieuw is, is er toch al een vrij snelle evolutie merkbaar in de verkooppunten.”

Online kopen, ja, maar dan wel bij de bron in Duitsland

In afwachting van voldoende lokaal aanbod, shopt Lynn haar vegan producten op verschillende plekken. “Ik hou van de sfeer op de markt, en trek regelmatig naar de biomarkt in Sint-Gillis. Ook BelgoMarkt met zijn aanbod van lokale producten kan me bekoren. Wanneer ik een specifiek product zoek of geen zin heb om elk etiket van dichtbij te bestuderen, trek ik naar Vegasme. Het overkomt me nog steeds dat ik bij het terugkeren van een klassieke supermarkt merk dat een van de producten die ik heb aangekocht bijvoorbeeld melkproducten bevat. Als het allemaal snel snel moet gaan, maak je wel eens fouten. In zo’n geval geef ik het product weg of eet ik het toch op, want weggooien is voor mij uit den boze”, aldus Lynn. Het mag dan ook niet verbazen dat ze droomt van een gespecialiseerde keten met redelijke prijzen, of anders een duidelijk gescheiden afdeling bij de klassieke retailers. “Ik denk dat er ruimte is voor meer veganistische supermarkten. Misschien zou een keten een goede optie zijn. Ik zou het ook leuk vinden als een (klein) deel van de klassieke supermarkten gewijd zou kunnen zijn aan vegan, zodat we niet telkens alle ingrediënten onder de loep moeten nemen…”

Lynn doet ook wel eens online boodschappen, maar zeker niet eender waar. “Ik koop vooral online in Duitsland, waar heel wat vegan producten geproduceerd worden. Aangezien ik me bewust ben van de impact op het milieu van zo’n bestelling, doe ik dat maar één keer per jaar. Ik bestel er specifieke producten, zoals vlees- of visvervangers die een gelijkaardige textuur als het origineel bieden, die je bij ons nog niet vindt. Over het algemeen spendeer ik dan zo’n honderd euro aan voedingswaren. Ik bevries alles en haal tijdens het jaar mijn speciale producten boven bij bijzondere gelegenheden. Voor mij blijft dat verwennerij. Hoewel dit type producten goedkoper is in Duitsland dan bij ons, gaat het hier wel om specifieke items die dus toch iets duurder zijn dan wat ik meestal koop”, weet ze te vertellen terwijl ze haar diepvries opentrekt om ons de inhoud te tonen.

Uit eten gaan doet Lynn niet vaak, omdat er gewoon weinig keuze is. “Als de restaurants hun klanten willen behouden zullen ze vroeg of laat toch één of meerdere vegan gerechten extra op de kaart moeten zeffen. Over het algemeen is er hoogstens één, en dan nog weinig smakelijke schotel beschikbaar. Vaak is die slecht bereid, omdat de kok de producten niet kent. Van creativiteit is maar weinig sprake. Heel wat brasserieën gaan er prat op dat ze een vegan gerecht op de kaart hebben staan, om je dan vervolgens… kaas voor te schotelen. Ik ga dus weinig uit eten of trek naar restaurants waarvan ik weet dat ze meer dan één vegan schotel aanbieden en waar ik er zeker van ben dat ze de ingrediënten goed kennen.”

Wanneer flauwe grappen uitlopen op een debat

Lynn is al vaak vergeleken met een konijn dat alleen maar wortels eet en wordt ook vaak geconfronteerd met vooroordelen over haar gezondheid. “Opmerkingen zoals deze zijn vaak een teken van een gebrek aan informatie en hebben te maken met de boodschappen die verspreid worden door de voedingslobby, die bijvoorbeeld al lang intensief melk promoot. Wanneer ik merk dat iemand openstaat voor dialoog, leg ik hem mijn standpunt uit. Vaak leidt dat tot niets, maar sommigen hebben wel interesse. Die mensen zullen dan misschien niet zelf vegan worden, maar gaan wellicht wat vaker nadenken over hun consumptie en zelf proberen om er meer over te weten te komen. Je wordt immers niet zomaar veganist, daar gaat een lang proces aan vooraf waarin je op zoek gaat naar informatie. Ik ontmoet steeds meer mensen die nieuwsgierig zijn en zich bewust zijn van hun voeding, of het nu omwille van milieuredenen, dierenwelzijn of hun gezondheid is”, legt Lynn uit. Wat die laatste reden betreft voegt ze eraan toe dat haar huidige manier van eten heel wat voordelen biedt tegenover van vroeger, toen ze nog regelmatig diepvriespizza’s verorberde. “Ik heb ondertussen de reflex om te eten waar mijn lichaam behoefte aan heeft. Vooraleer ik vegan ben geworden heb ik trouwens een diëtist geraadpleegd. Ik laat ook regelmatig een bloedafname doen, om er zeker van te zijn dat ik alles binnenkrijg wat ik nodig heb, vooral omdat ik veel aan sport doe. Ik neem ook voedingssupplementen, zoals vitamine B12, wanneer ik die niet voldoende terugvind in de producten die ik consumeer. Ik hou me absoluut niet bezig met calorieën, maar wel met goede en uitgebalanceerde voeding.”

Veganisme is, net als vegetarisme, in volle groei. Steeds meer consumenten raken overtuigd van deze levensstijl. En hun argumenten zijn erg uiteenlopend: dierenwelzijn, milieubewustzijn, gezondheid enzovoort. Gondola ontmoette verschillende vegetariërs en veganisten, al dan niet 100% of gedeeltelijk, en vroeg hen naar hun gewoontes, ideeën en visie. Ze worden vaak gezien als een bedreiging voor de landbouw. Toch bieden ze veel opportuniteiten voor retailers die hen voor zich weten te winnen. In dat spelletje lijken vooral Nederlandse bedrijven goed te slagen. Hun concurrenten moeten dit dan ook aandachtig opvolgen, zeker in een tijd waarin er een hevige concurrentiestrijd plaatsvindt op de Vlaamse markt: het fenomeen is trouwens vooral populair bij jonge consumenten, hun toekomstige klanten... 

Elke week publiceren we een portret van een van onze vegetariërs, flexitariërs of veganisten die we hebben ontmoet. Wilt u deze reeks niet missen? Schrijf u dan zeker in voor onze wekelijkse nieuwsbrief! Heeft u nog geen abonnement op ons magazine? Klik dan hier! 

 

 

Episode 1, het portret van Sofie, een vlogster van 23 jaar en sinds 4 jaar vegan.

 

Episode 2, het portret van Tobias, 45 jaar en oprichter van Ethisch Vegetarisch Alternatief.