Wie is voor, wie tegen? Twee kampen gaan in debat

pour-contre

De politiek kan zich grotendeels vinden in het wetsvoorstel van Daems, dat eveneens steun vindt bij enkele boegbeelden van CD&V. De sp.a was oorspronkelijk ook voor, hoewel er daar nu toch weerstand begint op te duiken. De N-VA nam eerst geen stelling, maar heeft uiteindelijk besloten om het afschaffen van de cheques op te nemen in het partijprogramma. De Franstalige partijen zijn heel wat terughoudender.

 

VIA, de vereniging van de uitgevers van maaltijdcheques, is uiteraard tegen de afschaffing van een systeem dat duidelijk ingeburgerd is bij de Belgische bevolking. Niet minder dan 70 000 bedrijven nemen eraan deel en maar liefst 1,65 miljoen Belgen genieten ervan. VIA rekent ook af met een aantal drogredenen en geeft aan dat sommige tegenstanders van de maaltijdcheques slecht geïnformeerd blijken als ze het hebben over de ongebruikte cheques. Uiteindelijk blijft slechts 0,3% van het totale aantal onbenut. Ze wensen ook niet verantwoordelijk gehouden te worden voor de administratiekosten, die het gevolg zijn van het in stand houden van het dubbele systeem, zowel papier als elektronisch. Dat is immers niet hun fout. Ze wijzen ook op het gemak en de lage kost van de betaaltransacties met elektronische maaltijdcheques, die gebeuren via het systeem van de debetkaarten.

 

De sociale partners zijn enorm gekant tegen de afschaffing van het systeem.

 

De vakbonden (zowel ABVV, ACV als ACLVB) benadrukken dan weer dat de maaltijdcheques bedoeld zijn als sociaal voordeel, en niet als belastingvermindering. De vrees bestaat immers dat op een dag een regering met besparingsdrang zou terugkomen op haar woord en beknibbelen op de vrijstelling die de maaltijdcheque zou vervangen. Ze wijzen ook op de 25 000 werknemers die elk jaar te maken krijgen met loonbeslag en aan wie de maaltijdcheques, waar geen beslag op kan gelegd worden, de nodige ademruimte bieden.

 

Voor één keer is het Verbond van Belgische Ondernemingen het roerend eens met de vakbonden. Ook het VBO is namelijk gekant tegen de vervanging van de maaltijdcheques door een verhoogd netto-inkomen en pleit voor een volledige omschakeling naar elektronische maaltijdcheques.

 

Daarmee gaat de werkgeversorganisatie, net als het UCM (Union des classes moyennes), dat ook voorstander is van  het unieke gebruik van de elektronische maaltijdcheque, loodrecht in tegen verschillende andere werkgeversverenigingen. Comeos, Unizo en het NSZ willen de maaltijdcheques immers liever zien verdwijnen, omdat ze het systeem vooral associëren met hogere kosten en administratieve lasten voor de werkgever. Een houding die verrassend te noemen is. Het is immers vooral in de kassa’s van de food retail en de horeca dat de 1,90 miljard euro die de maaltijdcheques jaarlijks vertegenwoordigen uiteindelijk verdwijnen. Eens de ontvangers niet meer verplicht worden dit voordeel aan voeding te spenderen, is het immers goed mogelijk dat ze het voor iets heel anders gaan gebruiken.

 

Het debat gaat dus over de volgende vraag : Welke risico’s draagt de afschaffing van de maaltijdcheque voor de voedingssector met zich mee?

 

Wat wordt er verweten aan het huidige systeem?

 

Auteur: 

Joram De Bock