Wat zijn de risico’s voor de voedingssector?

risque

Het debat tussen de voor- en tegenstanders van de afschaffing van de maaltijdcheques is sereen. Je kan haast zeggen dat het gaat over een kostenlogica versus een opbrengstlogica. Het belangrijkste argument voor de afschaffing lijkt de administratieve rompslomp te zijn. Zelfs als het hele gebeuren elektronisch wordt, zoals VBO en UCM voorstellen, waarbij de werkgeversorganisaties op één lijn staan met de Dienst voor de Administratieve Vereenvoudiging, vinden de tegenstanders van de maaltijdcheques de kosten nog te hoog. “De Belgische handelaars zijn tevreden dat de regering de maaltijdcheques wil vervangen door een extra nettosalaris”, reageert Comeos bijvoorbeeld, en voegt daaraan toe: “Dat systeem kost iedereen geld: de werkgever, de werknemer die er recht op heeft en de handelaar die de cheques in ontvangst neemt.”

 

Een opmerkelijk pleidooi van een organisatie die als roeping heeft om de werkgevers en werknemers uit de sector te verdedigen, terwijl deze beide groepen, bij monde van het VBO en de vakbonden, nu net pleiten voor het behoud van het systeem! De kosten waar sommige van de organen die de handelaars vertegenwoordigen tegen opzien zijn diegene die hen direct raken, met andere woorden de bijdrage die betaald moet worden aan de betaalterminal. Het luttele bedrag dat hiervoor moet afgedragen worden, en dat voor alle elektronische betalingen geldt, weegt echter niet op tegen de kosten en de risico’s van contante betaling. Voor Comeos weegt dit echter duidelijk zwaarder door dan de stimulans tot consumeren van de maaltijdcheque.

 

Niet iedereen is deze mening toegedaan. Zo heeft professor Joep Konings, van de  KULeuven, onlangs nog berekend dat het wegvallen van de maaltijdcheques een krimp van 0,05 van het BBP met zich zou meebrengen en dat er 12 250 jobs teloor zouden gaan. De invloed op de Belgische kleinhandel zou aanzienlijk zijn. Zo zouden de inwoners van de grensstreken geneigd zijn het geld dat zo zou vrijkomen te gaan besteden in de winkels en horecazaken in de buurlanden. Ook zou de food retail op die manier een systeem zou moeten missen dat de bijkomende koopkracht die de maaltijdcheques genereren bij hen doet terechtkomen. Indien de consument niet meer verplicht is om dit extraatje bij zijn loon te spenderen aan voedingsaankopen, zou hij uiteraard andere keuzes kunnen maken. De afschaffing van de maaltijdcheques vragen komt voor de sector neer op het afzien van alle voordelen ervan, enkel en alleen om te beknibbelen op de kosten. Bedrijven als Proximus, Mobistar, Base, Ryanair, iTunes enzovoort, zullen in ieder geval maar wat blij zijn met het onverwachte cadeau dat hen door deze kortzichtige visie in de schoot wordt geworpen.

 

Het is niet aan ons om dit debat te beslechten. Maar een ding is zeker: het is absoluut de moeite om enkele kanttekeningen te plaatsen bij de radicale afschaffing van de cheques, zoals de auteurs van dit wetsvoorstel voorstaan. We zijn benieuwd naar de debatten in de Senaatscommissie en hopen dat een pragmatische economische aanpak de voorkeur zal krijgen op partijdoctrine of de zucht naar electoraal succes.

 

 

Wat wordt er verweten aan het huidige systeem?

 

Wie is voor, wie tegen? Twee kampen gaan in debat

 

 

Auteur: 

Joram De Bock