Energie: "Een supermarktketen verbruikt evenveel als 50.000 gezinnen"

Retailers zijn grootgebruikers als het om energie gaat. Licht en koeling zijn belangrijke energieposten. Hoe werkt een energieleverancier als Electrabel samen met retailers? Dirk Depré, sales verantwoordelijke multisite-klanten, geeft uitleg.

Dirk Depré is bij Electrabel sales verantwoordelijke voor multisite-klanten, klanten die meerdere vestigingen hebben. In die klantengroep vallen naast ziekenhuizen, kantoorcomplexen en nutsmaatschappijen ook warenhuizen, supermarkten en winkelketens. Supermarkten zijn grootverbruikers als het om energie gaat. “Om een idee te geven qua cijfers: een grootwarenhuisketen heeft een jaarverbruik van elektriciteit tussen 70 en 250 gigawatt-uur,” zegt Depré. “Een gemiddeld huisgezin komt aan 4.000 kilowatt-uur. 200 gigawatt-uur komt overeen met 200.000.000 kilowatt-uur. Dus zo’n keten is goed voor het verbruik van 50.000 huisgezinnen.” De industrie in ons land neemt de helft van het elektriciteitsverbruik voor haar rekening. De gezinnen - de residentiële klanten - komen aan 25% van het totale verbruik. De dienstensector waartoe winkels en kantoorcomplexen behoren staan ook in voor een kwart.

Waar zit het energieverbruik in de winkels? Onder meer in verlichting, verwarming en koeling. Vooral koeling is een slokop als het om elektrische energie gaat. Maar de ene winkel is niet te vergelijken met de andere. Sommige ketens hebben een aparte ruimte voor gekoelde producten. Zijn diepvriezers open of gesloten? Zijn het kasten of bakken? Staat er geen warmtebron (een afbakoven voor brood) te dichtbij? Depré wijst erop dat als een diepvriezer open gaat de koude lucht ook in de winkel terecht komt. Daardoor daalt de binnentemperatuur en die moet dan weer omhoog gebracht worden. Dat kost ook weer energie. En de diepvriezers moeten even wat harder draaien om de verloren koude te compenseren. “Koeling is een slokop. Een efficiënte aanpak is om al de diepvriezers samen te brengen. Dat maakt verschil in energieverbruik. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan,” aldus Depré.
Bovendien moet de koeling 24/24 draaien, anders dan de verlichting die buiten de openingsuren uitgeschakeld kan worden. De grootste energie om te koelen wordt overigens niet in de winkel zelf ‘verstookt’, maar bij de distributiecentra en de leveranciers. Daar moet de temperatuur van diepvriesproducten naar -20° gebracht worden. In de winkels zelf moet ‘enkel’ die temperatuur gehandhaafd blijven. Maar dan hangt het verbruik weer af van het aantal keren dat een deur van een diepvrieskast geopend wordt. “Elke keer als die deur open gaat, is er een luchtverplaatsing en die moet dan weer gekoeld worden,” zegt Depré.

De energietoevoer moet bovendien constant zijn. Er moet ook een zekerheid van aflevering zijn. “24/24 uur is van heel groot belang. Als de elektriciteit voor een paar uur uitvalt, kun je de inhoud van de koelkasten en diepvriezers niet meer gebruiken voor consumptie.”
Verlichting is ook een belangrijk element, zeker als je de verschillende lichtpunten bij elkaar optelt. Maar, zegt Depré, verlichting heeft ook met winkelsfeer te maken. Een winkel die een discountformule hanteert zal het licht ook goedkoop laten lijken. Het mag zogezegd niet té gezellig worden. En tegelijkertijd kan er op die manier op de kosten bespaard worden. “Andere ketens, kijken dan weer minder naar het verbruik. Voor hen is lichtkleur veel belangrijker,” weet Depré. “Als die goed is, zullen ze pas kijken naar de efficiëntie. Een product moet mooi ogen. Dan verkoopt het gemakkelijker.”

Prijs. Het gaat de verbruikers ook om de prijs die er voor de energie betaald moet worden. De energiefactuurhangt af van vijf criteria voor de klant: de marktprijs, het energieverbruik en de efficiëntie, de beschikbaarheid van energie (continuïteit van levering), de administratieve afhandeling en de ecologische footprint. Op die criteria speelt ook de concurrentie. De energiemarkt is immers vrij en de klant kan shoppen. Depré wijst erop dat er twee aspecten zijn aan de marktprijs. De prijzen die de leveranciers bieden kunnen enkele procenten verschillen. De grootste trigger is de marktprijs, zegt Depré. Elke dag is er een nieuwe notering. De leveranciers kunnen energie-aankopen in de toekomst reserveren op basis van de prijs van vandaag. De klanten kunnen hun aankopen van energie op twee jaar ook spreiden en zo ook het risico spreiden. “Je kunt een contract afsluiten voor een hele periode of je kunt de kat wat uit de boom kijken en hopen dat de marktprijs wat gaat zakken.” De laatste vorm is het zogenaamde click-contract.

Depré: “Sinds de liberalisering is de klant vrij om over te schakelen van leverancier. Wij trachten voor onze klanten meer te zijn dan enkel energieleverancier, maar ook een partner waarbij ze terecht kunnen met al hun energie-gerelateerde vragen. Bij de aankoop van energie komt immers meer kijken dan bijvoorbeeld bij de aankoop van bureelmateriaal. Als leverancier kunnen we onze klanten adviseren omtrent het moment van de aankoop van energie of de manier waarop zij energie kunnen besparen..”
Hij stipt aan dat ook op administratief vlak “...je als leverancier goed georganiseerd dient te zijn, omdat de te volgen processen vrij complex zijn. Er zijn bijvoorbeeld ketens die winkels sluiten om er elders weer te openen. Voor dergelijke transacties moeten wij een beroep doen op de distributienetbeheerder, die ons de meetgegevens moet aanleveren zodat een overdracht uitgevoerd kan worden. Het is eveneens de netbeheerder die moet zorgen voor een nieuwe aansluiting en een eventuele verzwaring van de installatie. Je kunt je voorstellen dat dit gepaard gaat met een hele administratieve afhandeling die correct moet worden opgevolgd.”

Efficiënt. Depré zegt dat klanten beroep kunnen doen op Electrabel voor advies omtrent energie. Dat kan ook gaan over het verstandig omspringen met energie. “De goedkoopste energie is de energie die je niét gebruikt,” zegt hij. Dat klinkt vreemd. De buitenstaander zou zeggen ‘hoe meer je verkoopt, hoe beter’, terwijl Electrabel met die opstelling aan ‘niet-verkopen’ lijkt te doen. Op de korte termijn is dat wel zo, maar men kijkt ook naar de klanten op de lange termijn. Depré vindt dat eerst gekeken moet worden waar energie efficiënter gebruikt kan worden. “Het draait ook om het winkelconcept. Het is niet verstandig om je dak vol met zonnepanelen te zetten, als in de winkel de koelcellen nog open staan of als je gebouw niet goed geïsoleerd is.” Kostenefficiënt werken betekent ook de verlichting verbeteren en daar doet Electrabel ook studies over voor de klanten. “De led-verlichting is stilaan aan het doorbreken. De tl-verlichting is nu nog kostenefficiënter maar we doen onderzoek naar die led-lampen. Led gaat verder dan verlichting, het gaat ook om de lichtkleur. Het blijkt ook dat de led-lampen efficiënter zijn bij lagere temperaturen. Je zou led-verlichting bijvoorbeeld kunnen integreren in de koelruimtes.”
Waar energie ten slotte ook een rol speelt, is bij verbouwing of nieuwbouw. Gemakswinkels schieten in de stedelijke omgeving als paddestoelen uit de grond. Woonhuizen worden omgebouwd tot express-supermarkten. Maar is er dan wel genoeg infrastructuur voor de benodigde elektriciteit? Dat moet ook bekeken worden. Bij de grote winkelvestigingen staan er vaak eigen hoogspanningskabines. Daar komt de stroom binnen in hoogspanning om dan getransformeerd te worden naar 400 of 230 volt. “De energievraag van die winkels is zo groot dat je die niet op het laagspanningsnet kunt zetten,” zegt Depré.
Bij een nieuwe vestiging moet er gekeken worden of er nog genoeg ruimte is op het lokale laagspanningsnet. “Er is op dat vlak geen algemene regel. Het moet steeds ter plaatse bekeken worden of er met laagspanning gewerkt kan worden of dat er een hoogspanningskabine geïnstalleerd moet worden. We raden aan om bij start van het plannen van een vestiging al contact op te nemen met de netbeheerder of de energieleverancier. Er zijn gevallen geweest dat een supermarkt niet op tijd geopend kon worden, omdat men te laat aan de energievoorziening gedacht had.”

Auteur: 

Gondola Magazine